Na de eetstoornis begon het echte voelen
Niet meer met eten worstelen, betekent niet dat alles wat ooit maakte dat je wilde stoppen met eten, geheeld is.
ANOREXIAVEILIGHEID IN JEZELF
Rian Hanssen
9/14/19262 min read
Zes jaar geleden herstelde ik van anorexia. Ik eet inmiddels zonder daar dagelijks mee bezig te zijn. Ik ben niet meer bang voor eten. Mijn leven draait niet meer om calorieën, mijn lichaam of de vraag of ik wel genoeg gegeten heb. De eetstoornis heeft geen plek meer in mijn dagelijks leven zoals hij dat jarenlang wel had. En toch merk ik de laatste tijd iets op.
Alsof ik nu pas begin te voelen wat er al die jaren onder heeft gezeten. Lange tijd was mijn eetstoornis een manier om niet te hoeven voelen. Om emoties te dempen, controle te ervaren en mezelf te beschermen tegen alles wat te veel was. Toen het eten weer veilig werd, dacht ik misschien onbewust dat ik daarmee ook klaar was. Maar zo werkt herstel niet altijd. Want als je jarenlang hebt geleerd om gevoelens weg te duwen, betekent het verdwijnen van de eetstoornis niet automatisch dat je ineens weet hoe je met die gevoelens om moet gaan. Ik merk dat ik nog vaak last heb van oude onzekerheden. Van een diepe overtuiging dat een veilige, gezonde thuisbasis misschien niet voor mij is weggelegd. Dat iets moois in mijn leven ieder moment weer kan verdwijnen. Dat wanneer het eindelijk goed gaat, ik ergens op mijn hoede moet blijven omdat het elk moment mis kan lopen. Soms gebeurt er iets moois en kan ik er niet volledig van genieten. Niet omdat ik het niet mooi vind. Maar omdat er ergens in mij een stemmetje zegt:
‘Wacht maar. Straks gaat het weer mis.’
Dat is een gekke gewaarwording. Mijn leven kan op dat moment helemaal niet onveilig zijn, terwijl mijn lichaam en mijn overtuigingen soms nog reageren alsof dat wel zo is. En dat is misschien wel het moeilijkste stuk van mijn herstel tot nu toe. Ik hoef mezelf niet meer klein te houden door niet te eten. Ik hoef mezelf niet meer te straffen. Maar ik leer nu om mijn angst niet meer weg te hoeven maken. Ik leer hem te voelen. Om verdriet toe te laten zonder er meteen van weg te willen. Om onzekerheid te verdragen zonder direct naar controle te zoeken. Om iemand dichtbij te laten komen zonder ervan uit te gaan dat diegene uiteindelijk weer zal verdwijnen. En misschien is dat voor mij wel een veel diepere vorm van herstel. Want zes jaar geleden leerde ik weer eten. Nu leer ik mezelf dat ik veilig mag zijn.
Dat iets moois niet automatisch hoeft te eindigen. Dat liefde niet altijd pijn hoeft te doen. Dat ik een gezond thuis mag creëren, ook al heb ik misschien nooit helemaal geleerd hoe dat voelt. En misschien hoef ik daar vandaag ook nog niet volledig in te geloven. Misschien is het genoeg dat ik het voorzichtig begin te ontdekken. Dat ik mijn angsten niet meer hoef te verdoven, maar ze steeds iets langer kan aankijken. Dat ik kan voelen wat er is, zonder mezelf ervoor te verlaten. Want misschien begint thuiskomen bij jezelf niet op het moment dat alle angst verdwenen is.
Misschien begint het juist wanneer je besluit dat je niet meer voor je angst hoeft weg te lopen.
